ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8282
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verwijdering van coniferen binnen twee meter van erfgrens afgewezen wegens verjaring
Eiseres en gedaagde zijn buren met tuinen die aan elkaar grenzen, gescheiden door een schutting. Gedaagde heeft coniferen geplant binnen twee meter van de erfgrens, waarvan een deel boven de nok van de garage van eiseres uitkomt. Eiseres vordert verwijdering of snoei van de coniferen wegens strijd met artikel 5:42 BW Pro en onrechtmatige hinder door lichtontneming.
Gedaagde voert verjaring aan omdat de bomen al in 1982 zijn geplant en betwist onrechtmatige hinder. De rechtbank stelt vast dat de verjaringstermijn pas begint te lopen vanaf het moment dat de bomen hoger zijn dan de scheidsmuur, hier de houten schutting, niet de garage. Foto’s tonen dat de coniferen vóór 1988 al hoger waren dan de schutting, waardoor de vordering verjaard is.
Eiseres’ beroep op stuiting faalt omdat de sommatiebrief niet binnen zes maanden gevolgd is door rechtsvervolging. De rechtbank wijst de vordering tot verwijdering op grond van artikel 5:42 BW Pro af. Subsidiair wordt de onrechtmatigheid van hinder beoordeeld. De rechtbank acht onvoldoende vastgesteld dat de hinder onrechtmatig is en gelast een plaatsopneming en comparitie ter plaatse om dit te onderzoeken en een minnelijke regeling te beproeven.
De verdere beslissing wordt aangehouden tot na de plaatsopneming en comparitie. Partijen moeten hun verhinderdagen opgeven voor het plannen van de zitting. Het vonnis is gewezen door mr. B.C. Langendoen op 18 juni 2008.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de coniferen wordt afgewezen wegens verjaring; een plaatsopneming wordt gelast om hinder nader te beoordelen.