ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8370
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht voor 30%-regeling bij late aanvraag buitenlandse werknemer
Eiser, een buitenlandse werknemer met de Franse nationaliteit, diende een verzoek in voor toepassing van de 30%-regeling met terugwerkende kracht tot zijn indiensttreding in november 2003. De rechtbank stelde vast dat het verzoek pas in januari 2007 werd ingediend, ruim drie jaar na de start van de tewerkstelling bij de nieuwe werkgever. Volgens artikel 9h van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting is terugwerkende kracht slechts mogelijk indien het verzoek binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling wordt gedaan.
Eisers grief dat de nalatigheid van zijn toenmalige gemachtigde tot vertraging heeft geleid en dat hem daardoor schade is toegebracht, werd niet gehonoreerd. De rechtbank oordeelde dat dit een zaak is tussen eiser en zijn gemachtigde en niet tot terugwerkende kracht kan leiden. Tevens wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule af, omdat deze discretionaire bevoegdheid exclusief aan de Minister van Financiën toekomt en niet aan de rechter.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de 30%-regeling slechts met ingang van 1 februari 2007 van toepassing kan zijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De 30%-regeling wordt niet met terugwerkende kracht toegepast omdat het verzoek te laat is ingediend.