ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9086
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- M.A.E. de Jong-Overtoom
- A.E. Patijn
- T. de Hek
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen onthouding van strafdossier in overleveringsdetentie
Op 16 juli 2008 diende de raadsman van de verdachte een bezwaarschrift in tegen de weigering van de officier van justitie om stukken van het strafdossier te verstrekken. De verdachte bevindt zich in België in overleveringsdetentie op basis van een Europees arrestatiebevel. De raadsman stelde dat het onthouden van de stukken een schending van de artikelen 5 en 6 EVRM betekende.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van de schending van artikel 5 EVRM Pro aan de Belgische rechter toekomt. De Nederlandse strafrechter moet beoordelen of het onthouden van het dossier het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) schaadt. De officier van justitie hoeft pas stukken te verstrekken wanneer sprake is van een “criminal charge”. In dit stadium van het onderzoek is dat nog niet het geval, omdat de verdachte nog niet in Nederland is gehoord en het nog niet vaststaat of hij vervolgd zal worden.
De rechtbank stelde dat alleen die stukken ter beschikking hoeven te zijn die van belang zijn voor een beslissing in de strafzaak. Omdat de verdachte zich nog in het buitenland in overleveringsdetentie bevindt en de vervolging nog onzeker is, is het niet noodzakelijk om nu het volledige dossier te verstrekken. Er was ook geen bewijs dat stukken onrechtmatig werden onthouden. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de onthouding van stukken wordt ongegrond verklaard omdat de verstrekking in dit stadium niet noodzakelijk is.