ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9377
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Geschil over schoolkeuze minderjarige na echtscheiding bij gezamenlijk gezag
De ouders, die na hun echtscheiding gezamenlijk gezag over hun minderjarige zoon uitoefenen, zijn het oneens over de schoolkeuze voor hun zoon [A]. De moeder schreef [A] in bij de evangelische en bijbelgetrouwe school De Passie, waar ook de minderjarige zelf voor koos. De vader, openlijk homoseksueel en samenwonend met zijn partner, vordert in kort geding dat de inschrijving wordt ongedaan gemaakt uit vrees voor negatieve gevolgen voor de relatie met zijn zoon en mogelijke pesterijen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het uitgangspunt is dat de schoolkeuze van de ouder die de dagelijkse zorg draagt en de mening van de minderjarige zelf zwaar wegen. Afwijken hiervan vereist evidente goede gronden, die in deze zaak niet zijn aangetoond. De door de vader aangevoerde bezwaren, waaronder de levensbeschouwing van de school, de vrees voor pesterijen, de afstand en sociale contacten, zijn onvoldoende concreet en reëel.
De rechtbank weegt mee dat de Inspectie voor het Onderwijs geen negatieve beoordeling gaf aan De Passie in Amsterdam, dat de minderjarige geen moeite heeft met de homoseksualiteit van zijn vader, en dat de moeder toezegt alert te zijn op eventuele problemen en contact met Bureau Jeugdzorg zal onderhouden. Ook is afgesproken het schooljaar te evalueren met een onafhankelijke deskundige.
De vordering van de vader wordt daarom afgewezen en iedere partij draagt zijn eigen proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van het kind en de zorg van de ouder die het kind dagelijks begeleidt bij beslissingen over schoolkeuze.
Uitkomst: De vordering van de vader tot ongedaanmaking van de inschrijving bij De Passie wordt afgewezen.