ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9876
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gemeente tot medewerking gezamenlijk verzoek kantonrechter buitenwerkingstelling wettelijke bepalingen bedrijfsruimte
De gemeente vorderde dat gedaagde werd veroordeeld tot het betalen van een jaarlijkse gebruiksvergoeding en tot medewerking aan een gezamenlijk verzoek aan de kantonrechter om de wettelijke bepalingen voor bedrijfsruimte buiten werking te stellen. De rechtbank stelde de gebruiksvergoeding vast op €5.040 per jaar vanaf 1 januari 2003 en veroordeelde gedaagde tot betaling van de achterstallige bedragen en toekomstige vergoedingen.
De rechtbank oordeelde echter dat het vonnis van 6 april 2005 onvoldoende grondslag bood voor de gevorderde medewerking aan het gezamenlijk verzoek, mede omdat het bestemmingsplan nog niet was geconcretiseerd en een nieuw bestemmingsplan moest worden opgesteld. Hierdoor was de rechtspositie van gedaagde onzeker en kon hij niet worden gedwongen tot medewerking.
De rechtbank wees de vordering tot medewerking af en veroordeelde de gemeente in de proceskosten. De gebruiksvergoeding werd gebaseerd op een deskundigenrapport dat uitging van een tijdelijke gebruiksperiode, wat door de rechtbank werd bevestigd. De gemeente wilde een maximale huurtermijn van twee jaar opleggen, maar dit werd door de rechtbank niet aanvaard omdat het niet overeenkwam met de gemaakte toezeggingen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot medewerking af en veroordeelt gedaagde tot betaling van een gebruiksvergoeding.