ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9085

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
12 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4769
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.C. Terwiel-Kuneman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8.1.6 Bouwverordening HaarlemmermeerArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sloopvergunning winkelcentrum

Het geschil betreft een besluit van 29 mei 2008 waarbij een sloopvergunning is verleend voor het slopen van een winkelcentrum. Verzoekers, bewoners van de appartementen boven het winkelcentrum, vreesden voor hun veiligheid tijdens de sloopwerkzaamheden en vroegen om schorsing van de vergunning zolang zij nog woonachtig zijn.

De voorzieningenrechter overwoog dat de daadwerkelijke sloop niet zal aanvangen voor medio 22 september 2008 en alleen nadat de huurders zijn vertrokken. Voorafgaand aan de sloop vinden voorbereidingswerkzaamheden plaats, zoals het leegruimen en de asbestsanering, uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven onder toezicht van de gemeente.

Gelet op de toelichting over de werkwijze en de ingebouwde controlemomenten achtte de voorzieningenrechter het redelijk dat de veiligheid van alle betrokkenen, inclusief verzoekers, voldoende wordt gewaarborgd. De feitelijke sloopwerkzaamheden zijn uitgesteld tot na vertrek van de bewoners. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de sloopvergunning is afgewezen omdat de veiligheid tijdens de asbestsanering voldoende is gewaarborgd en de feitelijke sloop pas start nadat bewoners zijn vertrokken.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 08 - 4769
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2008
in de zaak van:
[naam verzoekers].,
wonende te [woonplaats verzoekers],
verzoekers,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer,
verweerder,
derde partij,
[naam derde partij].,
gemachtigde: mr. M.C. Brans, advocaat te Amsterdam.
Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, en mr. D. Krokké, griffier.
Zitting: 12 augustus 2008
Verschenen: Verzoekers in persoon. Verweerder vertegenwoordigd door J.M. Metselaar, werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer. Namens de derde partij de gemachtigde, voornoemd, en [namen]
Het geschil betreft het besluit van 29 mei 2008, waarbij aan de derde partij een sloopvergunning is verleend voor het slopen van het winkelcentrum [naam].
Bij mondelinge uitspraak van 12 augustus 2008 heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voor zover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.
In artikel 8.1.6 van de Bouwverordening van de gemeente Haarlemmermeer wordt een limitatieve opsomming gegeven van de gronden voor het weigeren van een sloopvergunning. Dit betekent dat indien zich geen van de deze weigeringsgronden voordoet, er geen ruimte is voor een belangenafweging en verweerder gehouden is de gevraagde sloopvergunning te verlenen.
Verweerder heeft de derde partij een sloopvergunning verleend voor het slopen van bovengenoemd winkelcentrum. Verzoekers wonen in de boven het winkelcentrum gelegen appartementen. Zij vrezen dat hun veiligheid niet kan worden gegarandeerd wanneer begonnen wordt met de sloopwerkzaamheden terwijl zij daar nog wonen. De inzet van verzoekers is de schorsing van het besluit tot verlening van de sloopvergunning zolang zij nog in de appartementen woonachtig zijn.
In beginsel dient de voorzieningenrechter te beoordelen of op voorhand aannemelijk is dat de verleende sloopvergunning in bezwaar geen stand zal kunnen houden, daarbij rekening houdend met de bevoegdheid van verweerder om eventuele gebreken in bezwaar te herstellen.
Ter zitting hebben verweerder en de derde partij verklaard dat de daadwerkelijke sloop van het winkelcentrum niet voor medio 22 september 2008 zal aanvangen en alleen dan indien de thans nog aanwezige huurders hun woning hebben verlaten. Wel za1 op 1 september 2008 aanvang worden gemaakt met het leegruimen van het te slopen gebouw, gevolgd door de sanering van de daarin aanwezige asbest en het “strippen” van het gebouw. Deze werkzaamheden zullen worden voorafgegaan door de plaatsing van bouwhekken.
Met betrekking tot de asbestsanering heeft verweerder ter zitting de te volgen werkwijze uiteengezet. Na het leegruimen van het winkelcentrum zal door Search Milieu B.V. een nadere asbestinventarisatie worden gedaan en zal op grond daarvan een plan worden opgesteld met betrekking tot de wijze van saneren. De asbestsanering zal vervolgens worden uitgevoerd door Beelen Asbestverwijdering. Zowel Search Milieu B.V. als Beelen Asbestverwijdering B.V. zijn gecertificeerde sloopbedrijven volgens de certificatierichtlijn “Beoordelingsrichtlijn Veilig en Milieukundig Slopen (BRL SVMS-007)”. Verweerder heeft in het gehele sloopproces, waaronder dus de asbestsanering, een toezichthoudende functie. Voorts zijn er in het proces diverse controlemomenten ingebouwd.
Nu de daadwerkelijke sloop niet zal plaatsvinden zolang de appartementen nog worden bewoond, ligt ter beoordeling van de voorzieningenrechter nog enkel de vraag of de daaraan voorafgaande werkzaamheden voor verzoekers een zodanig gevaar opleveren dat de sloopvergunning moet worden geschorst tot het moment dat er geen huurders meer boven het winkelcentrum woonachtig zijn. Gelet op de door verweerder gegeven uiteenzetting over de te volgen werkwijze is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de veiligheid van alle betrokkenen, en dus ook die van verzoekers en andere omwonenden, gedurende de asbestsanering voldoende wordt gewaarborgd.
Ten aanzien van de overige activiteiten, waaronder de plaatsing van hekwerken en het strippen van het gebouw, overweegt de voorzieningenrechter dat ze weliswaar onder de sloopvergunning vallen, maar feitelijk voorbereidingswerkzaamheden zijn. Het belang van vergunninghouder bij het uitvoeren van deze activiteiten prevaleert boven het belang van verzoekers.
Gelet op het voorgaande wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,
(griffier) (voorzieningenrechter)
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.