ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9495
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.S. Röell
- S. Sicking
- L.M. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beperkte aansprakelijkheid vervoerder en ondervervoerder voor diefstal lading volgens CMR
In deze civiele procedure bij de Rechtbank Haarlem staat de aansprakelijkheid centraal van de hoofdvervoerder (DVE) en de feitelijk vervoerder (Rutten) voor de diefstal van een lading computerprocessoren tijdens transport. De rechtbank beoordeelt de aansprakelijkheid op grond van het CMR-verdrag en het Nederlandse recht.
De rechtbank stelt vast dat DVE en Rutten beperkt aansprakelijk zijn volgens artikel 23 CMR Pro, omdat niet is gebleken dat sprake is van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld die de aansprakelijkheidsbeperking zou doorbreken. Zowel het beroep op schuld van de rechthebbende als op vervoerdersovermacht faalt. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van schade wegens het niet zuiveren van het T1-biljet af, omdat deze kosten niet tot de gelimiteerde afzendwaarde van de goederen behoren.
Verder verklaart de rechtbank partijen deels niet-ontvankelijk waar zij geen belang hebben en compenseert zij de proceskosten in conventie, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissingen in afwachting van de uitkomst van een Zwitserse procedure.
Uitkomst: Vervoerder en ondervervoerder zijn beperkt aansprakelijk volgens artikel 23 CMR; vordering wegens niet zuiveren T1-biljet wordt afgewezen.