ECLI:NL:RBHAA:2008:BF0863
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek levensonderhoud kinderen wegens onvoldoende bewijs
Eiser, woonachtig in Nederland sinds 2000 en vader van vijf kinderen die in Pakistan verblijven, heeft voor het jaar 2004 een aftrek van €7.428 opgevoerd als kosten voor het levensonderhoud van zijn kinderen. Hij heeft aangifte gedaan met een belastbaar inkomen van €12.339, maar de Belastingdienst corrigeerde dit naar €19.767 omdat eiser de aftrekpost niet aannemelijk kon maken.
Tijdens de zitting heeft eiser een bankafschrift overgelegd waaruit blijkt dat hij in 2003 €4.600 heeft opgenomen voor een reis naar Pakistan en verklaarde het resterende bedrag aan een kennis te hebben meegegeven. Schriftelijke bewijsstukken ontbraken echter, mede vanwege zijn status als vluchteling en de onmogelijkheid om een bankrekening in Pakistan te openen.
De rechtbank oordeelt dat eiser de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat hij in belangrijke mate bijdraagt aan het levensonderhoud van zijn kinderen zoals bedoeld in artikel 6.13 Wet IB 2001. Nu hij geen specificaties of betalingsbewijzen heeft overgelegd, is de aftrek terecht geweigerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende bewijs levert voor de aftrek van kosten levensonderhoud kinderen.