ECLI:NL:RBHAA:2008:BF3723
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens werkzaamheden als directeur-grootaandeelhouder en schending rechtszekerheidsbeginsel
Eiser ontving vanaf 1 mei 2006 een WW-uitkering en was sinds 29 maart 2006 directeur-grootaandeelhouder bij een BV, waarbij hij maximaal drie uur per week werkte. Verweerder bracht vanaf de eerste werkloosheidsdag 70% van deze inkomsten op de uitkering in mindering. Op 5 maart 2007 beëindigde verweerder de WW-uitkering voor 16 uren per week omdat eiser niet langer als werknemer werd beschouwd voor die uren.
De rechtbank stelt vast dat de arbeidsverhouding van eiser als directeur-grootaandeelhouder niet als dienstbetrekking wordt beschouwd en dat het recht op uitkering eindigt voor het aantal uren dat eiser werkzaamheden verricht. Echter, eiser heeft slechts eenmalig, in de week van 12 tot en met 18 februari 2007, meer dan drie uren gewerkt en stelt dat hij bij correcte informatie hierover anders had gehandeld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel terecht is, omdat eiser door de onjuiste informatie van verweerder niet tijdig op de hoogte was van de gevolgen van het incidenteel meer uren werken. De financiële gevolgen van de fout zijn voor eiser onevenredig zwaar. Daarom kan het besluit niet onverkort standhouden en geldt de beëindiging van de uitkering pas vanaf 5 maart 2007 voor de extra uren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WW-uitkering wordt vernietigd met terugwerkende kracht vanaf 5 maart 2007.