ECLI:NL:RBHAA:2008:BF7110
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.E. Patijn
- G.W.S. de Groot
- M.J. Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens ontbreken objectieve schijn van partijdigheid
Verzoeker heeft bij de rechtbank Haarlem een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die betrokken was bij zijn civiele zaak. Hij stelde dat de kantonrechter onpartijdig zou zijn vanwege meerdere feiten en omstandigheden rondom de comparitie van partijen, waaronder het verlenen van uitstel aan wederpartijen, de houding van de kantonrechter tijdens de zitting en de afwijzing van procedurele verzoeken.
De wrakingskamer heeft het verzoek zorgvuldig beoordeeld en geoordeeld dat het verlenen van uitstel aan de wederpartij volgens het rolreglement is verlopen en op zichzelf geen aanwijzing vormt voor vooringenomenheid. De vermeende passieve en bagatelliserende houding van de kantonrechter en de ervaren kritische vragen tijdens de comparitie zijn verklaard als onderdeel van de taak van de rechter om duidelijkheid te verkrijgen over de juridische positie van partijen.
Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van een volledig proces-verbaal en de afwijzing van procedurele verzoeken geen grond vormen voor het vermoeden van partijdigheid. Ten slotte leverde het feit dat één van de gedaagden rechter-plaatsvervanger is in dezelfde rechtbank onvoldoende aanleiding voor de schijn van partijdigheid, mede omdat deze geen betrokkenheid meer had bij de sector kanton.
De wrakingskamer concludeerde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen bevatten om de onpartijdigheid van de kantonrechter te betwijfelen. Het verzoek om wraking werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.