ECLI:NL:RBHAA:2008:BF7629
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling WWB-aanvraag vluchteling
Verzoeker, een toegelaten vluchteling met Irakese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een WWB-uitkering. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat verzoeker niet tijdig en niet volledig de gevraagde gegevens en bescheiden aanleverde. Verzoeker betoogde dat hem onvoldoende tijd was gegund en dat de hersteltermijnbrief pas na zijn vertrek naar Egypte op zijn Nederlandse adres was ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een verlengde hersteltermijn had gekregen vanwege zijn verblijf in Egypte en dat de brief ook per e-mail was verzonden, waardoor verzoeker ruim drie weken had om de gevraagde stukken te verzamelen. Daarnaast werd geoordeeld dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor de beoordeling van de aanvraag en dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was deze tijdig te overleggen.
Omdat verzoeker de essentiële stukken niet tijdig heeft ingediend, was de buitenbehandelingstelling terecht. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd opgemerkt dat verweerder primair stelde dat verzoeker zich in Leiden moest melden voor bijstand, maar dit was voor de voorlopige voorziening niet relevant.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buitenbehandelingstelling van de WWB-aanvraag wordt afgewezen.