ECLI:NL:RBHAA:2008:BF8767

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
8 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15/801702-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SvArt. 64 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 78 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot bewaring wegens ernstige bezwaren mensensmokkel na hoger beroep

De rechtbank Haarlem behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de afwijzing van de vordering tot bewaring van verdachte wegens mensensmokkel. De rechter-commissaris had aanvankelijk onvoldoende ernstige bezwaren geconstateerd op basis van de toen beschikbare stukken.

Na aanvullend onderzoek bleek dat er contact was geweest tussen een getuige en een onbekende man die verdachte aanduidde als zijn zwager, wat de rechtbank als een belangrijke aanwijzing beschouwde. De rechtbank oordeelde dat bij beschikking van de rechter-commissaris met deze gegevens wel ernstige bezwaren tegen verdachte zouden zijn vastgesteld.

Hoewel de toets ex tunc is, achtte de rechtbank het niet redelijk om het hoger beroep ongegrond te verklaren, omdat dit zou leiden tot herhaalde aanhouding en voorgeleiding van verdachte op basis van nieuwe feiten. Daarom werd het beroep van het OM gegrond verklaard en werd bewaring bevolen voor veertien dagen in het huis van bewaring te Schiphol Oost of elders.

De rechtbank baseerde zich op diverse wetsartikelen uit het Wetboek van Strafvordering en Strafrecht en hield rekening met de verklaringen van verdachte en getuige, alsmede het telefonische contact via een Canadees nummer dat verdachte aan zijn zwager toeschreef. De beslissing werd genomen door een meervoudige raadkamer onder voorzitterschap van G.F.H. Lycklama A Nijeholt.

Uitkomst: De rechtbank beveelt de bewaring van verdachte voor veertien dagen wegens ernstige bezwaren mensensmokkel.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
SECTOR STRAFRECHT
Vestiging Schiphol
MEERVOUDIGE RAADKAMER
Appelnummer: HB 08/2005
Parketnummer: 15/801702-08
BEVEL BEWARING (art. 63 Sv Pro.) in hoger beroep
De rechtbank Haarlem, vestiging Schiphol, meervoudige raadkamer voor strafzaken;
gelet op het door de officier van justitie in het arrondissement Haarlem in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats],
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te landen,
thans verblijvende in HvB Schiphol Oost,
op 6 oktober 2008 ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, van 6 oktober 2008, houdende de afwijzing van de vordering tot inbewaringstelling van voornoemde verdachte wegens het ontbreken van ernstige bezwaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel;
gezien de stukken;
gelet op het te dezen gehouden onderzoek in raadkamer van 8 oktober 2008, waarvan afzonderlijk proces-verbaal is opgemaakt en waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden beschouwd;
overweegt:
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De officier van justitie heeft – op de gronden als vermeld in de aan het proces-verbaal gehechte appèlmemorie – geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beslissing, en heeft gevorderd dat de rechtbank in hoger beroep opnieuw recht zal doen en zal komen tot het bevelen van de in bewaringstelling van verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat de rechter-commissaris, gegeven de hem op het moment van zijn beslissing ten dienste staande processtukken, heeft kunnen beslissen dat er op dat moment onvoldoende ernstige bezwaren tegen de verdachte bestonden. De rechtbank overweegt met name dat ernstige bezwaren niet noodzakelijkerwijs voortvloeien uit de enkele omstandigheid dat de verdachte en de [getuige], die in deze zaak is gehoord, dezelfde reisbestemming hadden en evenmin uit het feit dat de [getuige] heeft verklaard dat hij de verdachte nauwelijks kent, terwijl de verdachte heeft verklaard de [getuige] al meerdere jaren te kennen.
Na de beslissing van de rechter-commissaris heeft het Openbaar Ministerie het onderzoek voortgezet en uit het aanvullend “PV verkort Voorgeleiding Raadkamer”, gedateerd 7 oktober 2008, ontleent de rechtbank de informatie dat op 3 oktober 2008 om 4 uur 16 ’s ochtends via een Canadees telefoonnummer is gepoogd te bellen naar de mobiele telefoon van de [getuige]. Het Canadese nummer is hetzelfde telefoonnummer als dat, waarmee later een SMS bericht is verzonden naar de mobiele telefoon van de verdachte. Gevraagd naar deze SMS berichten heeft de verdachte verklaard dat het Canadese nummer waarmee deze zijn verzonden, toebehoort aan zijn zwager, die hij van plan was in Canada te bezoeken. De verdachte heeft verder verklaard dat de [getuige] in Canada een andere bestemming had dan hijzelf, en dat er geen verband is tussen de getuige en verdachtes zwager.
Gezien deze verklaringen van de verdachte roept het gegeven dat met het nummer van die zwager wordt gebeld naar de mobiele telefoon van de [getuige] op een tijdstip waarop hun reis vanuit Glasgow nog niet eens begonnen was, bij de rechtbank grote vragen op.
De rechtbank is van oordeel dat indien de rechter-commissaris had beschikt over genoemde nadere gegevens, de rechter-commissaris mede gezien de overige aanwijzingen in het dossier tot de conclusie was gekomen dat er tegen de verdachte wel degelijk ernstige bezwaren bestonden dat hij zich aan mensensmokkel schuldig had gemaakt.
Hoewel de in deze beroepsprocedure aan te leggen rechterlijke toets een zogeheten ex tunc karakter heeft kan de rechtbank er niet aan voorbijzien dat een daaruit voortvloeiende ongegrondverklaring slechts tot gevolg zou hebben dat de verdachte door het Openbaar Ministerie opnieuw zou worden aangehouden, zou worden in verzekering gesteld en andermaal zou worden voorgeleid aan de rechter-commissaris, op basis van de in het genoemde proces-verbaal gebleken nieuwe feiten. Een redelijke wetstoepassing leidt de rechtbank onder die omstandigheden dan ook tot het oordeel dat het beroep van de officier van justitie gegrond behoord te worden verklaard.
De rechtbank heeft acht geslagen op het bepaalde in de artikelen 63, 64, 67, 67a, 78 en 446 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 197 a van het Wetboek van Strafrecht.
beslist:
verklaart het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep gegrond;
beveelt de bewaring van verdachte voor een termijn van veertien dagen en bepaalt dat de bewaring zal worden ondergaan in het huis van bewaring te Schiphol Oost c.q. enig ander huis van bewaring c.q. – in geval van plaatsgebrek in het huis van bewaring - enig politiebureau.
Deze beschikking is gegeven op 8 oktober 2008 door
mr. G.F.H. Lycklama A Nijeholt, voorzitter,
mrs. H.P. van der Lelie en R. van der Heijden, rechters,
in tegenwoordigheid van F. Zierikzee , griffier.