ECLI:NL:RBHAA:2008:BG1791
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag met toekenning schadevergoeding van €30.000
De werknemer trad in 1998 in dienst bij de werkgever, waarop de CAO bouwbedrijf van toepassing was. In 2006 vroeg de werkgever toestemming voor ontslag om bedrijfseconomische redenen, welke werd verleend. De arbeidsovereenkomst werd per 18 november 2006 opgezegd. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de werkgever onvoldoende rekening hield met zijn belangen en geen vergoeding bood.
De werkgever voerde verjaring aan en betwistte dat sprake was van kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat de bedrijfsactiviteiten waren gestaakt en dat er geen financiële ruimte was voor vergoeding. De kantonrechter oordeelde dat de verjaring was gestuit door brieven van de werknemer en dat de vordering tijdig was ingesteld.
Verder werd geoordeeld dat het feit dat de werkgever nog ingeschreven stond in het handelsregister niet uitsloot dat de bedrijfsactiviteiten waren gestaakt. De werkgever had onvoldoende aangetoond dat de werknemer geen mogelijkheden had binnen het concern. Door geen vergoeding te bieden, hield de werkgever onvoldoende rekening met de belangen van de werknemer, wat het ontslag kennelijk onredelijk maakte.
De kantonrechter wees een vergoeding toe van €30.000 en incassokosten van €1.190. De vordering tot een hogere vergoeding werd afgewezen. De werkgever werd in de proceskosten veroordeeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werknemer krijgt een schadevergoeding van €30.000 wegens kennelijk onredelijk ontslag plus incassokosten van €1.190.