ECLI:NL:RBHAA:2008:BG3483
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en vergrijpboete fosfaatheffing wegens grove schuld
Eiser werd een naheffingsaanslag fosfaatheffing opgelegd over het jaar 2002, gebaseerd op een netto aangevoerde hoeveelheid fosfaat van 731 kilogram, met daarbij een vergrijpboete van 50% wegens grove schuld. Eiser betwistte de aanslag en boete, onder meer vanwege vermeende fouten in het MINAS-controlerapport en twijfels over de betrouwbaarheid van de bemonstering en analyse van mest.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er fouten in het rapport stonden, de juiste gegevens waarop de aanslag was gebaseerd wel konden worden afgeleid uit andere delen van het rapport. Eiser had nagelaten een heranalyse aan te vragen, waardoor hij zijn standpunt onvoldoende kon onderbouwen. Ook werden zijn bezwaren tegen de regelgeving zelf verworpen.
Verder werd vastgesteld dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat drie vrachten fosfaat waren afgeboekt, terwijl bewijsstukken juist aantonen dat deze vrachten wel waren aangeleverd. De vergrijpboete werd terecht opgelegd omdat eiser door het niet opgeven van de aanvoer van fosfaat grove schuld had aan het niet betalen van de heffing.
De rechtbank benadrukte dat het strengere boetebeleid uit de Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999, met een boete van 50%, passend en geboden is gezien het karakter van de heffing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag en vergrijpboete van 50%.