ECLI:NL:RBHAA:2008:BG4164
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.M. Burg
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- S.W.S. Kilic
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit en gebruik van valse reisdocumenten bij uitreis met beroep op Vluchtelingenverdrag
De rechtbank Haarlem behandelde een zaak waarin verdachte op 9 augustus 2008 werd aangehouden op Schiphol met valse Italiaanse reisdocumenten bij poging tot uitreis naar Helsinki. Verdachte had een vals nationaal vreemdelingenpaspoort, een valse nationale identiteitskaart en een valse verblijfsvergunning bij zich. Na aanhouding vroeg verdachte asiel aan in Nederland.
De rechtbank onderzocht of artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag bescherming biedt tegen strafvervolging bij onrechtmatige uitreis met valse documenten. De rechtbank oordeelde dat deze bepaling alleen bescherming biedt bij onrechtmatige binnenkomst of verblijf, niet bij uitreis, tenzij Nederland voor de vreemdeling een doorreisland was en aan andere voorwaarden werd voldaan.
Verdachte gaf wisselende verklaringen over zijn reisroute, maar de rechtbank ging uit van zijn latere verklaring dat hij via Griekenland en België naar Nederland was gekomen. De IND had zijn asielaanvraag afgewezen op grond van een Dublinclaim. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen jegens verdachte niet nakomt. Daarom kon verdachte geen beroep doen op artikel 31 Vluchtelingenverdrag Pro.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte wist dat de documenten vals waren en deze meermalen gebruikte. Gezien de omstandigheden en jurisprudentie legde de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden op met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een elektronisch vliegticket verbeurd verklaard. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd vrijgelaten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd wegens bezit en gebruik van valse reisdocumenten.