ECLI:NL:RBHAA:2008:BG5857
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling VAR-loon versus VAR-dga bij senior belastingadviseur
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van C Beheer BV, trad vanaf 1 januari 2007 op als senior belastingadviseur voor E BV, waarbij een managementovereenkomst werd gesloten. Eiser vroeg een verklaring arbeidsrelatie (VAR) waarbij de betalingen als resultaat voor rekening en risico van C Beheer BV (VAR-dga) zouden worden aangemerkt. Verweerder gaf echter een VAR-loon af, omdat volgens hem sprake was van loon uit dienstbetrekking.
De rechtbank onderzocht of eiser de werkzaamheden persoonlijk verrichtte, of er een verplichting tot beloning was en of er een gezagsverhouding bestond. Uit de managementovereenkomst bleek dat eiser de werkzaamheden persoonlijk moest verrichten, met slechts beperkte en streng gereguleerde mogelijkheid tot vervanging door derden. De vergoeding was gebaseerd op het uurtarief van eiser, wat bevestigt dat het werk op zijn persoon was toegespitst.
Verder wees de rechtbank op bepalingen over arbeidsongeschiktheid die alleen op een natuurlijk persoon van toepassing zijn, wat eveneens bevestigt dat de werkzaamheden persoonlijk moesten worden uitgevoerd. Tenslotte was er een gezagsverhouding, omdat eiser zich moest houden aan de statuten, besluiten en richtlijnen van E BV, ondanks enige vrijheid in de invulling van zijn werkzaamheden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht een VAR-loon had afgegeven en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de VAR-loon terecht is afgegeven.