ECLI:NL:RBHAA:2008:BG6029

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
27 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/6152
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.C. Terwiel-Kuneman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken gezamenlijke huishouding bij WWB-uitkering

Verzoekster diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder. Verweerder wees deze aanvraag af op basis van het oordeel dat verzoekster een gezamenlijke huishouding voert met haar partner, wat gevolgen heeft voor de uitkeringsnorm.

De voorzieningenrechter stelde vast dat het onderzoek van verweerder naar de woonsituatie van verzoekster onvoldoende feitelijke grondslag bood om te concluderen dat sprake is van een gezamenlijke huishouding. Tevens wees verweerder zelf in een besluit op 20 oktober 2008 op het ontbreken van een gezamenlijke huishouding.

Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, het besluit van 22 september 2008 geschorst en verweerder opgedragen een voorschot van €350 aan verzoekster te betalen. Tevens werden de proceskosten aan verzoekster toegekend.

De voorzieningenrechter verwacht dat verzoekster en haar partner op korte termijn gezamenlijk een aanvraag kunnen indienen, maar onder voorbehoud van het standpunt van verzoekster dat geen gezamenlijke huishouding bestaat.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot afwijzing van de WWB-uitkering geschorst.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 08 - 6152 WWB
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
27 oktober 2008
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te Zaandam,
verzoekster,
gemachtigde: mr. M.A. van Hoof, advocaat te Amsterdam,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad,
verweerder.
Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, en P.M. van der Pol, griffier;
Zitting: 27 oktober 2008;
Verschenen: verzoekster, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. M.A. van Hoof.
verweerder vertegenwoordigd door mr. Ph. Arnold, werkzaam bij de gemeente Zaanstad.
Het geschil betreft de afwijzing bij verweerders besluit van 22 september 2008 van verzoeksters aanvraag om toekenning van een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm van een alleenstaande ouder, omdat verzoekster een gezamenlijke huishouding zou voeren met [partner van].
Bij mondelinge uitspraak van 27 oktober 2008 heeft de voorzieningenrechter:
- het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen;
- het besluit van 22 september 2008 geschorst tot de datum van verzending van de beslissing op het bezwaar van verzoekster;
- verweerder opgedragen uiterlijk op vrijdag 31 oktober 2008 een eenmalig voorschot van
€ 350,-- aan verzoekster uit te betalen;
- verweerder veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 644,-- , door de gemeente Zaanstad te betalen aan de griffier van de rechtbank;
- verweerder gelast het door verzoekster betaalde griffierecht ten bedrage van € 39,-- aan haar te voldoen.
De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.
Het onderzoek dat verweerder heeft ingesteld naar de leefsituatie van verzoekster mist voldoende feitelijke grondslag om de conclusie te kunnen dragen dat verzoekster met [partner van] een gezamenlijke huishouding voert. Daar komt bij dat verweerder in het aan [partner van] gerichte besluit van 20 oktober 2008 onder meer de volgende passage heeft opgenomen: “Bij de vaststelling van de hoogte van de uitkering zijn wij ervan uitgegaan dat: u (……….) geen gezamenlijke huishouding voert met een ander.”
Ter zitting heeft verweerder onder meer verklaard van mening te zijn dat verzoekster in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeert, zodat zij in ieder geval op enigerlei wijze haar recht op bijstand geldend zou kunnen maken.
In dit verband gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat verzoekster en [partner van] op korte termijn bij verweerder een gezamenlijke aanvraag om een WWB-uitkering zullen kunnen indienen, echter onder voorbehoud, aangezien verzoekster van mening is en blijft dat zij geen gezamenlijke huishouding met [partner van] voert.
Omdat ten behoeve van verzoekster een toevoeging is of zal worden afgegeven ingevolge de Wet op de rechtsbijstand, moeten de proceskosten worden betaald aan de griffier van de rechtbank.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,
(griffier) (voorzieningenrechter)
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.