ECLI:NL:RBHAA:2008:BG6247
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Coyajee-Kappers
- A.E. Patijn
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft bij de rechtbank Haarlem een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de meervoudige strafkamer die belast zijn met de strafzaak waarin hij betrokken is. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechters, ingegeven door het oordeel dat disproportioneel geweld zou zijn gebruikt bij zijn aanhouding.
De raadsman van verzoeker wilde de hondengeleider als getuige horen over het geweld en de verschillen in processen-verbaal, maar dit verzoek werd door de strafkamer afgewezen met de motivering dat het horen van deze getuige niet van belang was voor de beslissing in de strafzaak. Verzoeker stelde dat deze afwijzing impliciet een oordeel inhield dat het geweld proportioneel was, waardoor een objectieve vrees voor partijdigheid zou zijn ontstaan.
De wrakingskamer oordeelde echter dat het afwijzen van een verzoek om een getuige te horen een procesbeslissing is die op zichzelf onvoldoende grond is voor wraking. De kamer stelde dat de strafkamer zich niet heeft uitgelaten over de proportionaliteit van het geweld en dat zij onbevangen haar oordeel kan geven. De vrees voor partijdigheid was daarom niet objectief gerechtvaardigd.
De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen reden geven om te twijfelen aan de onpartijdigheid van de rechters en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve rechtvaardiging voor partijdigheidsvrees.