ECLI:NL:RBHAA:2008:BG8810
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op betaalde werkzaamheden voor concurrent tijdens dienstverband ondanks functiewijziging
Een werknemer trad op 1 augustus 1992 in dienst bij Ericsson en had een arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding dat onder meer verbood om tijdens het dienstverband en zes maanden daarna voor concurrerende ondernemingen te werken zonder schriftelijke toestemming. Na een functiewijziging in 2004 bleef het concurrentiebeding van kracht.
In 2008 werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 januari 2009 met een beëindigingsvergoeding en verval van het concurrentiebeding na die datum. De werknemer trad echter op 8 oktober 2008 al in dienst bij concurrent Huawei, terwijl het dienstverband formeel nog liep. Ericsson vorderde een verbod op deze werkzaamheden en een boete wegens overtreding van het concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding niet was vervallen tijdens het dienstverband en dat de functiewijziging het beding niet zwaarder deed drukken. De primaire vordering tot vaststelling van overtreding en boete werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang, maar het verbod op betaalde werkzaamheden voor Huawei tot 1 januari 2009 werd toegewezen. De werknemer kreeg een dwangsom opgelegd voor overtreding van dit verbod.
Uitkomst: De werknemer wordt verboden tot 1 januari 2009 betaalde werkzaamheden voor concurrent Huawei te verrichten met een dwangsom bij overtreding.