ECLI:NL:RBHAA:2008:BH5032

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 07/5887
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 Keur Hoogheemraadschap Hollands NoorderkwartierArt. 6:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen keurontheffing aanleg sloot door besluit Landinrichtingscommissie

Eiser maakte bezwaar tegen een keurontheffing verleend door het hoogheemraadschap voor diverse inrichtingswerkzaamheden, waaronder de aanleg van een kavelscheidingssloot tussen zijn perceel en dat van een derde partij. De Landinrichtingscommissie voor ruilverkaveling De Gouw, als derde partij, had de betreffende sloot gepland.

Na bezwaar verklaarde het hoogheemraadschap het bezwaar gegrond en paste het besluit aan. Eiser stelde daarop beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure gaf de Landinrichtingscommissie aan de betwiste sloot niet te zullen aanleggen en deed zij deze toezegging ook ter zitting.

De rechtbank concludeerde dat onder deze omstandigheden het beroep geen procesbelang meer heeft, omdat het betwiste onderdeel van het besluit feitelijk niet zal worden uitgevoerd. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ging niet in op de inhoudelijke gronden van het beroep.

Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na toezegging niet aan te leggen sloot.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 07 - 5887
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2008
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [adres],
eiser,
gemachtigde: H. Karels, werkzaam bij administratiekantoor H. Karels,
tegen:
het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier,
verweerder,
derde partij,
de Landinrichtingscommissie voor ruilverkaveling De Gouw.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 december 2006 heeft verweerder op aanvraag van de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling De Gouw ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 15, onder a, b en h van de Keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2006 (hierna: de Keur) voor het uitvoeren van diverse inrichtingswerkzaamheden - waaronder het dempen, graven en verbreden van sloten, het plaatsen van pompen en het wijzigen van waterpeilen - in de gemeente [adres] (in het gebied dat wordt begrensd door de A.C. de Graafweg, ’t Zwet/Molensloot, Grote Zomerdijk, Kerkweg, Verlengde Kerkweg en Nieuweweg) overeenkomstig de bij het besluit behorende tekeningen.
Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 14 januari 2007, aangevuld bij brieven van 23 februari 2007 en van 6 september 2008 bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 5 juni 2007, verzonden op 22 juni 2007, heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en de onderleider in oostelijke richting opgeschoven. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van 14 mei 2007 van de Adviescommissie bezwaren.
Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 1 augustus 2007, aangevuld bij brief van 28 september 2007 beroep ingesteld.
Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 14 januari heeft derde partij zijn standpunt uiteengezet.
Op 6 september 2008 heeft eiser nadere stukken ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van 18 september 2008, alwaar eiser in persoon is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Bregman, J. Zijp en R. Wagenaar, allen werkzaam bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Namens de derde partij zijn verschenen A.I.L. Rennings, werkzaam bij de Dienst Landelijk Gebied, en B. Hakvoort, voorzitter van de Landinrichtingscommissie.
2. Overwegingen
Eiser kan zich met het bestreden besluit niet verenigen, voor zover het ziet op de aanleg van een kavelscheidingssloot tussen zijn perceel en dat van de firma [naam]. Reeds voor de behandeling van het beroepschrift heeft de derde partij besloten de betreffende sloot niet aan te leggen en dit aan de overige partijen kenbaar gemaakt. Ter zitting is namens de derde partij nogmaals de toezegging gedaan dat de betreffende sloot, zoals weergegeven op de bij deze uitspraak gevoegde tekening, niet op basis van de onderhavige ontheffing zal worden gerealiseerd. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiser onder deze omstandigheden niet langer een procesbelang heeft. Het beroep dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard. Gelet hierop komt de rechtbank niet toe aan de vraag of het beroep van eiser op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het aanvoeren van beroepsgronden tegen een onderdeel van het besluit waartegen in bezwaar geen gronden zijn aangevoerd.
3. Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep niet ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzitter van de meervoudige kamer
en mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. drs. L. Beijen, rechters, en op 19 december 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.