ECLI:NL:RBHAA:2008:BI9313
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek vervangende toestemming erkenning minderjarig kind ondanks verzet moeder
Partijen hadden een relatie waaruit vier kinderen zijn geboren. De moeder weigert toestemming voor erkenning van het jongste kind omdat zij stelt dat de zwangerschap niet gewenst was en zij tijdens de zwangerschap door de man is mishandeld. De man betwist dit en heeft een verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning ingediend.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:204 lid 3 BW Pro toestemming van de moeder kan worden vervangen door de rechtbank indien erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet schaadt en de man de verwekker is. Uit het dossier blijkt dat de man de verwekker is en dat erkenning in het belang is van het kind om een familierechtelijke betrekking te verkrijgen.
De moeder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat erkenning de belangen van haar of het kind schaadt. De rechtbank verwerpt haar stellingen over dwang bij eerdere erkenningen en acht het belang van het kind en de vader prevalerend. Het verzoek tot vervangende toestemming wordt daarom toegewezen.
Ten aanzien van de geslachtsnaam overweegt de rechtbank dat het kind na erkenning de geslachtsnaam van het eerste kind zal dragen, conform artikel 1:5 lid 8 BW Pro. Het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam wordt afgewezen. De moeder kan zich niet beroepen op artikel 8 EVRM Pro om hiervan af te wijken. De rechtbank wijst het verzoek tot vervangende toestemming toe en wijst het verzoek tot geslachtsnaamwijziging af.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming tot erkenning van het vierde kind en wijst het verzoek tot geslachtsnaamwijziging af.