ECLI:NL:RBHAA:2008:BO2251
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Roke
- E. Polak
- L.G. Jobse
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van douanerechten en terugbetaling bij monsterzendingen kledingimport
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of eiseres terecht is aangeslagen voor naheffing van douanerechten over de jaren 2002 tot en met 2005, en of haar bezwaarschrift tijdig is ingediend. Na een administratieve controle door de douane bleek dat bij invoer van kledingmonsters te lage waarden werden opgegeven, wat leidde tot naheffingen.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift tegen de naheffing van 7 juni 2005 niet binnen de reguliere termijn van zes weken is ingediend, maar kwalificeert dit bezwaarschrift als een verzoek om terugbetaling ingevolge artikel 236 van Pro het Communautair douanewetboek. Dit verzoek is wel tijdig ingediend binnen drie jaar na de mededeling van de naheffing en had daarom inhoudelijk behandeld moeten worden.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat de vrijstelling voor monsters met een onbeduidende waarde niet van toepassing is, omdat de waarde van de monsters niet onbeduidend is gebleken. De verkoopwaarde na gebruik is niet relevant; de waarde moet bij invoer worden bepaald. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan bewijs. De naheffing blijft daarom in stand voor de periode 2005.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de naheffing van 7 juni 2005 gegrond, omdat het verzoek om terugbetaling niet correct is behandeld, maar verklaart het beroep tegen de naheffing van 6 juli 2006 ongegrond. De proceskostenveroordeling blijft achterwege omdat niet is gesteld dat eiseres beroepsmatige rechtsbijstand heeft gehad.
Uitkomst: Het verzoek om terugbetaling wordt tijdig geacht en dient inhoudelijk behandeld te worden, maar de naheffingen worden grotendeels in stand gelaten.