ECLI:NL:RBHAA:2008:BZ0847
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- A.C. Monster
- M.J. Kronenberg
- H.J.M. Burg
- Rechtspraak.nl
Beslissing op bezwaar tegen onthouding van processtukken in complexe strafzaak
De rechtbank Haarlem behandelde een bezwaarschrift van de verdediging tegen het onthouden van processtukken in een strafzaak. De verdediging beriep zich op artikel 33 Sv Pro dat verdachte recht geeft op inzage van alle processtukken vanaf de dagvaarding, ook bij een pro forma zitting. De rechtbank oordeelde dat dit recht niet absoluut is in de pro forma fase wanneer het onderzoek nog loopt en ernstige belemmering van de waarheidsvinding wordt gevreesd.
In deze zaak is sprake van een omvangrijk en complex onderzoek waarbij het openbaar ministerie niet alle onderzoekshandelingen kon afronden voor de pro forma dagvaarding. Het OM motiveerde dat het verstrekken van bepaalde stukken, waaronder proces-verbaal over geldstromen en BOB-stukken met namen van betrokkenen, collusiegevaar oplevert. De rechtbank vond deze motivering voldoende en achtte het belang van de waarheidsvinding zwaarder dan het belang van volledige inzage in deze fase.
Ook inzage in stukken van het strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) werd geweigerd, omdat de sluitingsbeschikking nog niet was betekend en het risico op collusie en geldsluizen reëel was. De rechtbank concludeerde dat het onthouden van stukken in deze fase geen schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt, omdat dit recht primair ziet op de inhoudelijke behandeling.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond en handhaafde het de onthouding van de gevraagde processtukken in het belang van het onderzoek en de waarheidsvinding.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het onthouden van processtukken werd ongegrond verklaard.