ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1673
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter onbevoegd voor voorlopige voorziening in huurgeschil, verwijzing naar voorzieningenrechter
Eiser vordert een onmiddellijke voorziening bij voorraad tegen gedaagde, strekkende tot ontruiming van gehuurde bedrijfsruimte en betaling van huur en nevenvorderingen. De kantonrechter onderzoekt zijn bevoegdheid op grond van artikel 254 lid 4 Wetboek Pro van burgerlijke rechtsvordering.
De kern van het geschil betreft de kwalificatie van de rechtsverhouding: eiser stelt dat sprake is van onderhuur, terwijl gedaagde spreekt van een samenwerkingsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt voorlopig dat er geen sprake is van een huurovereenkomst in de zin van artikel 7:201 BW Pro, omdat het huurobject onvoldoende bepaald is.
Hierdoor ontbreekt de bevoegdheid van de kantonrechter voor deze zaak. Hoewel artikel 71 Rv Pro verwijzing voorschrijft, is dit artikel niet geschreven voor voorlopige voorzieningen. Een eerdere beslissing van de kantonrechter werd door het gerechtshof Amsterdam vernietigd, dat verwijzing naar de gewone voorzieningenrechter verplicht stelt.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de gewone voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem en bepaalt de datum voor de voortzetting van de procedure. Tevens wordt gewezen op de noodzaak van rechtsbijstand na verwijzing. Beslissing omtrent proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de gewone voorzieningenrechter.