ECLI:NL:RBHAA:2009:BH2867
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning minderjarige wegens niet-biologische vaderschap
De man heeft de minderjarige erkend terwijl hij niet de biologische vader is. Hij verzocht de erkenning te vernietigen op grond van dwaling, stellende dat hij in een moeilijke persoonlijke situatie verkeerde en de erkenning impulsief had gedaan. De moeder stemde schriftelijk in met het verzoek en voerde geen verweer.
De rechtbank oordeelde dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten tijde van de erkenning heeft gedwaald. De erkenning vond plaats in de periode dat de man en de moeder in ondertrouw waren en van plan waren te trouwen. Een kortstondige verliefdheid werd niet als wilsgebrek erkend.
De bijzondere curator stelde dat het niet in het belang van de minderjarige is dat de man als vader wordt aangemerkt terwijl hij niet biologisch verwant is. Het verzoek van de bijzondere curator werd toegewezen omdat de erkenning tijdens de minderjarigheid van het kind plaatsvond en het verzoek binnen de wettelijke termijn werd ingediend.
De rechtbank vernietigde de erkenning en wees het verzoek van de man af, terwijl het verzoek van de bijzondere curator namens de minderjarige werd toegewezen.
Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door de man wordt vernietigd wegens niet-biologisch vaderschap en binnen de wettelijke termijn ingediend verzoek.