ECLI:NL:RBHAA:2009:BH3685
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering herstelkosten bij huurovereenkomst zonder beschrijving gehuurde
In deze zaak vordert de verhuurder vergoeding van herstelkosten na het einde van een huurovereenkomst voor een woning, terwijl bij aanvang van de huur geen beschrijving van het gehuurde is opgemaakt. De huurder betwist de vordering en stelt dat de woning leeg en in oorspronkelijke staat is opgeleverd. De kantonrechter past het rechtsvermoeden van artikel 7:224 lid 2 BW Pro toe, waarbij de huurder wordt verondersteld het gehuurde in de staat te hebben ontvangen zoals bij het einde van de huur.
De verhuurder heeft haar stellingen onvoldoende concreet onderbouwd en onvoldoende bewijs geleverd om het vermoeden te weerleggen. De kantonrechter laat de verhuurder niet toe tot tegenbewijs en wijst daarom de vordering tot schadevergoeding af. Daarnaast wordt de vordering tot huurachterstand afgewezen omdat de verhuurder onvoldoende voortvarend was in het laten plaatsvinden van de inspectie.
In reconventie vordert de huurder terugbetaling van de waarborgsom, welke de verhuurder moet voldoen met wettelijke rente. De kantonrechter veroordeelt de verhuurder daartoe en veroordeelt haar tevens in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van herstelkosten wordt afgewezen en verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van de waarborgsom met rente.