ECLI:NL:RBHAA:2009:BH8657

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
25 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
154443 - KG ZA 09-84
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.J. van der Meer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 456 lid 1 RvArt. 438 lid 5 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bij verzet tegen executie wegens ontbreken derde partij

In deze zaak heeft eiseres zich verzet tegen de executie van beslaglegging door gedaagde op een bestelwagen en aanhangwagen. De beslaglegging was gelegd in verband met een vordering op Ultrabouw B.V., een dochtervennootschap van eiseres. Uit eerdere procedures bleek dat Ultrabouw een betalingsverplichting aan gedaagde had, welke niet volledig was nagekomen.

Eiseres stelde dat de in beslag genomen voertuigen niet aan Ultrabouw toebehoren, maar aan haarzelf. De voorzieningenrechter wees erop dat op grond van artikel 456 lid 1 Rv Pro juncto artikel 438 lid 5 Rv Pro bij verzet tegen executie door een derde zowel de executant als de geëxecuteerde in de procedure betrokken moeten worden.

Eiseres had nagelaten Ultrabouw in de procedure te betrekken, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard in haar vordering. De proceskosten werden aan haar opgelegd en vastgesteld op het landelijk minimumtarief. De dagvaarding van gedaagde werd als rechtsgeldig beoordeeld. Het vonnis werd op 25 maart 2009 gewezen door de voorzieningenrechter.

Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betrekken van de geëxecuteerde partij in het verzet tegen beslaglegging.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 154443 / KG ZA 09-84
Vonnis in kort geding van 25 maart 2009
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres],
gevestigd te Purmerend,
eiseres,
advocaat mr. E.T. van Dalen te Groningen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd te Oosthuizen, gemeente Zeevang,
gedaagde,
advocaat mr. W.J. Tielemans te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Ultrabouw B.V., verder te noemen Ultrabouw, is een dochtervennootschap van [eiseres]
2.2. [gedaagde] heeft eerder Ultrabouw in rechte betrokken voor de rechtbank Haarlem ter betaling van een drietal facturen. Deze procedure heeft geresulteerd in een op 8 mei 2008 gesloten vaststellingsovereenkomst, inhoudende dat Ultrabouw een bedrag van € 35.000,-- aan [gedaagde] zal betalen, middels maandelijkse betalingen van € 5.000,--, ingaande 1 juli 2008.
2.3. Ultrabouw is haar uit deze vaststellingsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting jegens [gedaagde] niet, althans niet volledig, nagekomen en is thans een bedrag van € 39.654,24 aan [gedaagde] verschuldigd.
2.4. [gedaagde] heeft terzake van die vordering in januari 2009 executoriaal beslag doen leggen op een bestelwagen van het merk Volkswagen, type Transporter met het kenteken 19 BV TS en de daarbij behorende aanhangwagen.
2.5. [eiseres] heeft terstond tegen die beslaglegging geprotesteerd met de stelling dat de in beslaggenomen bestelwagen en aanhangwagen niet aan Ultrabouw in eigendom toebehoren, maar aan [eiseres].
3. Het geschil
3.1. [eiseres] vordert samengevat - de opheffing van het door [gedaagde] gelegde beslag op de bestelwagen van het merk Volkswagen type Transporter met kenteken 19-BV-TS en de daarbij in beslag genomen aanhangwagen van het merk ANSSEMS met kenteken WZ-JR-97, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. De voorzieningenrechter heeft [eiseres] erop gewezen dat, nu zij zich met een beroep op artikel 456 Rv Pro heeft verzet tegen de beslaglegging door [gedaagde] op de bestelwagen en aanhangwagen in verband met haar vordering op Ultrabouw, zij in verband met het bepaalde in artikel 438 lid 5 Rv Pro tevens gehouden is om Ultrabouw in deze procedure te betrekken.
4.2. [eiseres] heeft erkend te hebben verzuimd om Ultrabouw in deze procedure te betrekken.
4.3. Uit het verschijnen van [gedaagde] ter terechtzitting leidt de voorzieningenrechter af dat [gedaagde] rechtsgeldig is gedagvaard, zodat niet tot nietigheid van de dagvaarding kan worden geoordeeld. Echter, nu [eiseres] heeft verzuimd ook Ultrabouw in dit kort geding te betrekken, zulks in strijd met genoemde bepalingen, dient zij in haar vordering niet ontvankelijk verklaard te worden.
4.4. [eiseres] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Gelet op de eenvoud van de zaak zal het salaris van de advocaat daarbij op het landelijk geldend minimumtarief worden bepaald.
De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:
- vast recht € 262,--
- salaris advocaat € 527,--
Totaal € 789,--
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering,
5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 789,--,
5.3. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2009.?