ECLI:NL:RBHAA:2009:BI0484
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding niet ontvankelijk vanwege overeenkomst met openbaar ministerie over intrekking hoger beroep
Verzoeker was in verzekering gesteld en in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van afpersing, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Na een inhoudelijke behandeling werd hij vrijgesproken door de rechtbank. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in. In 2008 is een overeenkomst gesloten tussen verzoeker en het openbaar ministerie waarbij verzoeker afzag van het indienen van een schadevergoedingsverzoek in ruil voor het intrekken van het hoger beroep door het openbaar ministerie.
De rechtbank oordeelt dat het openbaar ministerie binnen zijn bevoegdheid handelt door een dergelijke overeenkomst te sluiten, mits de beginselen van een behoorlijke procesorde worden gerespecteerd. Verzoeker werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die de overeenkomst besprak en aanvaardde. Er is geen sprake van dwang of schending van procesorde.
Daarom is het verzoek tot schadevergoeding niet ontvankelijk verklaard. De rechtbank benadrukt dat het niet toelaatbaar is om na het sluiten van een dergelijke overeenkomst alsnog een verzoek tot schadevergoeding in te dienen. De intrekking van het hoger beroep is onherroepelijk en de belangenafweging door het openbaar ministerie was gegrond op het opportuniteitsbeginsel.
Uitkomst: Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding vanwege de gesloten overeenkomst met het openbaar ministerie.