ECLI:NL:RBHAA:2009:BI0503
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na intrekking hoger beroep niet ontvankelijk wegens overeenkomst met openbaar ministerie
Verzoeker werd op 30 januari 2006 in verzekering gesteld op verdenking van afpersing, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Na voorlopige hechtenis en een inhoudelijke behandeling werd hij op 21 december 2007 vrijgesproken door de rechtbank. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in, maar trok dit later in na een overeenkomst met verzoeker.
In juli 2008 stemde verzoeker, via zijn raadsman, ermee in geen verzoek tot schadevergoeding in te dienen indien het openbaar ministerie het hoger beroep zou intrekken. Dit leidde tot de intrekking van het hoger beroep op 30 juli 2008. Verzoeker diende vervolgens toch een verzoek tot schadevergoeding in.
De rechtbank oordeelde dat deze overeenkomst tussen verzoeker en het openbaar ministerie de ontvankelijkheid van het verzoek tot schadevergoeding in de weg staat. Er was geen sprake van onrechtmatige druk of schending van beginselen van een behoorlijke procesorde. Daarom werd het verzoek niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding wegens de gesloten overeenkomst met het openbaar ministerie.