ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2316
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale toerekening verkoopopbrengst certificaten aandelen en waarderingsformule
Eiser, werknemer van een dochtermaatschappij, verkreeg in 1999 certificaten van aandelen in de vennootschap tegen een oude waarderingsformule. Na beëindiging van zijn dienstverband in 2003 moest hij de certificaten aanbieden aan de Stichting tegen een prijs berekend volgens een nieuwe waarderingsformule, zoals overeengekomen in een vaststellingsovereenkomst tussen de vennootschap en de Belastingdienst in 2004.
Eiser stelde dat de verkoopopbrengst van de certificaten tot het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box III) behoorde, omdat de certificaten bij verkrijging al buiten de loonsfeer vielen. Verweerder stelde dat de waardesprong door de nieuwe formule als loon uit dienstbetrekking (box I) belast moest worden, en dat eiser zich door ondertekening van een leveringsovereenkomst aan de vaststellingsovereenkomst had gebonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser inderdaad gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst, ook al was hij geen partij bij de totstandkoming daarvan, omdat hij zich bewust was van de fiscale gevolgen en geen voorbehoud maakte. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens onvoldoende bewijs van ongelijke behandeling. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting als loon uit werk en woning.