ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2358
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen voorwaarde kapvergunning in verband met bouwvergunning
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een voorwaarde verbonden aan haar kapvergunning, namelijk dat pas mag worden gekapt nadat zowel de kapvergunning als de bouwvergunning onherroepelijk zijn geworden. De kapvergunning werd geacht van rechtswege te zijn verleend nadat de gemeente niet binnen acht weken op de aanvraag had beslist. Verzoekster betoogde dat de vergunning onherroepelijk was en verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om voorlopige voorziening, dan wel om opheffing of opschorting van de voorwaarde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vergunning niet onherroepelijk was omdat tijdig een bezwaarschrift was ingediend door een derde partij, wat de gemeente verplichtte de vergunning inhoudelijk te heroverwegen en de voorwaarde te verbinden. Artikel 4.3.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Volendam schrijft deze voorwaarde imperatief voor, zonder ruimte voor afwijking.
Gelet op deze wettelijke verplichting en het ontbreken van een onherroepelijke vergunning wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Ook de subsidiaire verzoeken om opheffing of opschorting van de voorwaarde werden afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 10 april 2009 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de voorwaarde van de kapvergunning wordt afgewezen.