ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2826
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nederlandse rechter ontbeert rechtsmacht in onderhoudsgeschil na huwelijk in Brazilië
Eiseres en gedaagde zijn in 2005 in Brazilië gehuwd en hebben enige tijd in Nederland gewoond. Sinds 2007 wonen zij niet meer in Nederland; de man is gestationeerd in Singapore en de vrouw is in november 2008 teruggekeerd naar Nederland. Eiseres vordert een maandelijkse onderhoudsvergoeding op grond van artikel 1:81 en Pro 1:84 BW.
Gedaagde betwist de rechtsmacht van de Nederlandse rechter, stellende dat Brazilië een relevante rechtsmacht heeft en dat de vrouw onvoldoende binding heeft met Nederland. De voorzieningenrechter onderzoekt de toepasselijkheid van internationale verdragen zoals de EEX-Verordening en Brussel II-bis, maar concludeert dat deze niet van toepassing zijn.
De rechter beoordeelt vervolgens de commune bevoegdheidsregels uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en komt tot het oordeel dat er onvoldoende relevante aanknopingspunten zijn voor Nederlandse rechtsmacht, mede omdat de man in Singapore woont en de vrouw nog geen jaar in Nederland verblijft. De vordering wordt daarom afgewezen, met een kostencompensatie dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Nederlandse rechter heeft geen rechtsmacht en wijst de vordering van eiseres af.