ECLI:NL:RBHAA:2009:BI3512
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde bedrijfspand en afschrijving bij bepaling resultaat terbeschikkingstelling
Eisers, een echtpaar met een aanmerkelijk belang in F BV, verhuren sinds 2000 een bedrijfspand aan F. Zij gaven de verhuur aan als resultaat uit overige werkzaamheden met een waarde van het pand per 1 januari 2001 van €1.792.430 en een gezamenlijke jaarlijkse afschrijving van €35.850. Verweerder (de Belastingdienst) stelde deze waardering en afschrijving ter discussie en hanteerde een lagere waarde van €1.390.000 en een afschrijving van €16.558.
Eisers voerden primair aan dat verweerder hen het in rechte te respecteren vertrouwen had gewekt dat de hogere waardering en afschrijving zouden worden geaccepteerd. De rechtbank oordeelde echter dat dit vertrouwen niet bestond, mede omdat de brief van verweerder uit 2003 niet specifiek op de terbeschikkingstelling van het pand was gericht en geautomatiseerd was verstuurd.
De rechtbank beoordeelde vervolgens de taxatierapporten. Het rapport van eisers was onvoldoende overtuigend vanwege onduidelijkheden en gebrek aan vergelijkbare huurprijzen. Het rapport van verweerder was beter onderbouwd en werd gevolgd. Omdat eisers de hogere waardering en afschrijving niet aannemelijk hadden gemaakt, werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de lagere waardering en afschrijving van het bedrijfspand worden gevolgd.