ECLI:NL:RBHAA:2009:BI4871
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen bestuursdwang verwijdering schepen wegens overgangsrecht
Verzoeker werd door het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad bevolen zijn werkschip en het schip genaamd [naam] te verwijderen van de ligplaats aan de oostzijde van [locatie]. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het werkschip in strijd lag met het bestemmingsplan en dat verwijdering terecht was bevolen, maar verlengde de begunstigingstermijn. Voor het schip [naam] was in geschil of het overgangsrecht was uitgewerkt door een onderbreking van tien maanden toen het schip elders lag afgemeerd.
De rechtbank stelde dat een onderbreking niet automatisch betekent dat het overgangsrecht vervalt; dit hangt af van duur, oorzaak en intentie tot voortzetting van gebruik. Het standpunt van verweerder dat het overgangsrecht was uitgewerkt, was onvoldoende gemotiveerd. Daarom werd het besluit tot bestuursdwang voor het schip [naam] geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeker. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen voor het werkschip en het besluit tot bestuursdwang voor het schip [naam] wordt geschorst wegens onvoldoende motivering van het vervallen overgangsrecht.