ECLI:NL:RBHAA:2009:BI6393
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging WWB-uitkering wegens onrechtmatig verblijf
Verzoeker, een uitgeprocedeerde vreemdeling uit Iran, had een WWB-uitkering die per 1 maart 2009 werd beëindigd omdat zijn verblijfsrecht was ingetrokken op 27 februari 2009. Hij betoogde dat hij sinds augustus 2005 geen geldige verblijfsvergunning had, maar toch een uitkering ontving en dat zijn situatie feitelijk niet was veranderd.
De rechtbank overwoog dat het recht op bijstand gekoppeld is aan rechtmatig verblijf volgens de Koppelingswet en artikel 11 WWB Pro. Verzoeker verbleef sinds 27 februari 2009 niet meer rechtmatig in Nederland, en de gemeente mocht daarom de uitkering beëindigen. De opname van verzoeker in een psychiatrische instelling gaf geen verblijfsrecht.
Gelet op het ontbreken van rechtmatig verblijf en het koppelingsbeginsel was er geen grond voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd dan ook afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de WWB-uitkering is afgewezen omdat verzoeker niet rechtmatig in Nederland verblijft.