ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7029
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.M. Rutten
- J.C. van den Bos
- J.J.M. Uitermark
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling deelname criminele organisatie skimming
De rechtbank Haarlem heeft op 7 mei 2009 uitspraak gedaan over de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder op 26 september 2008 was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met skimming en andere feiten.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van maximaal € 269.531,71, later gewijzigd tot € 87.456,63. De verdediging betwistte onder meer de betrokkenheid van veroordeelde bij enkele zaken, de draagkracht van veroordeelde en de toegepaste verdeelsleutel van het voordeel. Tijdens de terechtzitting op 16 april 2009 werden deze standpunten besproken.
De rechtbank oordeelde dat veroordeelde door middel van of uit baten van de bewezen feiten wederrechtelijk voordeel had verkregen en dat de pondspondsgewijze verdeling van het voordeel passend was. De rechtbank wees de vordering met betrekking tot zaaksdossier 23 af vanwege onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over de periode van de frauduleuze opnames.
Uiteindelijk stelde de rechtbank het te ontnemen bedrag vast op € 35.982,50 en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. De rechtbank achtte het sombere beeld van de draagkracht van veroordeelde te pessimistisch en matigde het bedrag niet.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht € 35.982,50 te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.