ECLI:NL:RBHAA:2009:BI9642
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- J.J. Udo de Haes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering doorbetaling salaris na onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst
Werknemer trad in 2005 in dienst als assistent-makelaar en werd in 2009 ontslagen na toestemming van het CWI, onder de voorwaarde dat de werkgever binnen 26 weken geen derden zou inhuren voor hetzelfde werk. Werkgever huurde echter binnen deze termijn externen in voor werkzaamheden die tot het takenpakket van werknemer behoorden.
Werknemer vorderde loonbetaling vanaf de datum van ontslag, stellende dat de overtreding van de voorwaarde betekende dat het ontslag zonder geldige toestemming was en de arbeidsovereenkomst voortduurde. De werkgever betwistte dit en voerde aan dat overtreding slechts leidt tot onregelmatige opzegging en schadeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat de overtreding niet tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst leidt, maar alleen tot schadeplichtigheid van de werkgever. Omdat werknemer geen schadevergoeding vorderde, kon zijn vordering niet slagen. Ook het beroep op vernietigbaarheid van het ontslag werd verworpen omdat werknemer zich niet tijdig op deze grond had beroepen en zich beschikbaar had gesteld.
De kantonrechter wees daarom de vordering af en veroordeelde werknemer tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van salaris wordt afgewezen omdat overtreding van de ontslagvoorwaarde leidt tot onregelmatige opzegging en niet tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst.