ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ1034
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en bruidsschat bij echtscheiding
Partijen zijn in 2007 in Nederland gehuwd onder het regime van algehele gemeenschap van goederen. Na het verzoek tot echtscheiding en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap heeft de rechtbank vastgesteld dat zowel de man als de vrouw hun hoofdverblijf in Nederland hebben, waardoor Nederlands recht van toepassing is.
De man heeft verklaard alle huwelijkse schulden te dragen en de opbrengst van een verkochte auto toe te kennen aan zichzelf. De vrouw heeft geen bezwaar tegen deze regeling, mits schulden worden voldaan. De rechtbank bevestigt dat de schulden voor rekening van de man komen en de auto-opbrengst aan hem toekomt.
Betreffende de bruidsschat stelt de vrouw dat zij verschillende gouden sieraden heeft ontvangen die niet tot de gemeenschap behoren. De rechtbank oordeelt dat deze sieraden, ondanks culturele argumenten en exclusief gebruik door de vrouw, binnen de gemeenschap vallen omdat geen bijzondere verknochtheid is aangetoond. De sieraden die nog aanwezig zijn, worden aan partijen toegekend zoals zij die momenteel bezitten, zonder verdere verrekening.
De inboedel is als verdeeld beschouwd, waarbij de vrouw de goederen heeft meegenomen en de man geen onderbouwing gaf voor terugvordering van specifieke items zoals het navigatiesysteem en de Playstation 3.
De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe, beveelt de verdeling van de gemeenschap zoals vastgesteld en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en bepaalt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap inclusief de bruidsschat zoals door partijen in bezit gehouden.