ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ2157
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontbinding huurovereenkomst wegens hoofdverblijf huurder
In deze zaak vorderde verhuurder Ymere de ontbinding van de huurovereenkomst met huurder wegens het niet hebben van zijn hoofdverblijf in de gehuurde woning. De kantonrechter stelde vast dat het bewijs moest worden geleverd dat de huurder daadwerkelijk zijn hoofdverblijf had in de woning, waarbij factoren als het werkelijk wonen, de zetel van zijn fortruin, het behartigen van zaken, beheer van goederen en het regelmatig 's nachts slapen in de woning van belang zijn.
Gezien de leeftijd van de huurder (80 jaar) en zijn slechte gezondheid, achtte de kantonrechter het bewijs eerder aanwezig dan bij jongere, gezonde huurders. Uit getuigenverklaringen bleek dat de huurder 's nachts in de woning slaapt en dat er meubilair van hem aanwezig is. Tevens werd schriftelijk bewijs overgelegd waaruit blijkt dat een medewerker van de trombosedienst hem thuis bezoekt.
Hoewel de huurder overdag vaak afwezig is en bij familie verblijft, werd dit verklaard door zijn ziekte en hulpbehoevendheid. Dit maakte volgens de kantonrechter niet dat hij zijn hoofdverblijf niet in de woning had. Ook het feit dat hij niet zelfstandig kan wonen, leidde niet tot ontbinding omdat medische verklaringen ontbraken waaruit blijkt dat hij nooit meer in de woning kan terugkeren.
De kantonrechter concludeerde dat de huurder zijn hoofdverblijf in de woning heeft en wees de vordering tot ontbinding en ontruiming af. Ymere werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat de huurder zijn hoofdverblijf in de woning heeft.