ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ2458
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Onregelmatige tussentijdse opzegging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met gematigde schadevergoeding
De zaak betreft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar, gesloten tussen eiser en gedaagde, waarbij eiser de overeenkomst tussentijds opzegde met toestemming van het CWI. De kantonrechter stelt vast dat noch de arbeidsovereenkomst noch de toepasselijke cao een tussentijds opzegbeding bevat, waardoor de opzegging per 1 februari 2009 onregelmatig is.
Gedaagde vordert een schadevergoeding gelijk aan het loon over de resterende contractduur, inclusief loonachterstand en niet-genoten vakantiedagen en ATV-dagen. Eiser betwist de vordering en verzoekt matiging van de schadevergoeding wegens onvoorziene omstandigheden en het feit dat de arbeidsovereenkomst inmiddels is geëindigd.
De kantonrechter oordeelt dat de toestemming van het CWI geen bevoegdheid tot tussentijdse opzegging verleent en dat eiser schadeplichtig is op grond van artikel 7:677 BW Pro. Gezien het feit dat gedaagde per 10 maart 2009 een eigen onderneming is gestart, wordt de schadevergoeding gematigd tot het wettelijk minimum van drie maanden salaris. Daarnaast wordt de loonachterstand en vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen toegewezen, inclusief wettelijke verhoging en rente.
Eiser wordt in reconventie veroordeeld tot betaling van de gematigde schadevergoeding en kosten, terwijl zijn eigen vordering in conventie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot betaling van een gematigde schadevergoeding wegens onregelmatige tussentijdse opzegging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.