ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ2959
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- S. Sicking
- Rechtspraak.nl
Verbod op misbruik naam OPTA door Pretium bij telefonische verkoop
De telecomtoezichthouder OPTA vorderde in kort geding dat Pretium zich zou onthouden van het misbruiken van de naam van de OPTA in telefonische verkoopgesprekken. Pretium gebruikte in callcenters uitspraken die suggereerden dat OPTA betrokken was bij het vaststellen van tarieven en het aanbieden van diensten, wat onjuist en misleidend was.
Pretium erkende dat dergelijke uitlatingen onjuist waren en dat zij aansprakelijk is voor de uitlatingen van haar callcentermedewerkers, ook al waren deze niet conform het callscript. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van de naam van de OPTA in deze context een misleidende handelspraktijk vormt en onrechtmatig is.
Daarnaast vorderde Pretium in reconventie dat OPTA het gebruik van een ambtsbericht van de Consumentenautoriteit in de procedure zou verbieden. De rechtbank verwierp dit, omdat het ambtsbericht rechtmatig was verkregen en het gebruik ervan binnen de taakuitoefening van OPTA viel.
De rechtbank legde Pretium een verbod op om de naam van de OPTA te gebruiken of te suggereren dat OPTA betrokken is bij haar diensten of tarieven, met een dwangsom bij overtreding. Een rectificatie werd afgewezen omdat deze niet meer adequaat was. Beide partijen werden in proceskosten veroordeeld, waarbij Pretium grotendeels in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: Pretium is verboden de naam van de OPTA te gebruiken of te suggereren dat OPTA betrokken is bij haar diensten of tarieven, met een dwangsom bij overtreding.