ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ3767
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opschorting tuchtbeslissing wegens vermeende privacyinbreuk bij dopingcontrole
In deze zaak vordert een sporter, lid van de Nederlandse Waterski- & Wakeboard Bond (NWWB), in kort geding de opschorting van een tuchtbeslissing die hem voor twee jaar uitsluit van deelname aan wedstrijden en trainingen vanwege het aantreffen van een verboden stof bij een dopingcontrole.
De voorzieningenrechter acht zich bevoegd ondanks de aangewezen speciale rechtsgang, gezien de spoedeisendheid van het geschil. De sporter stelt dat de dopingcontrole en de verwerking van zijn persoonsgegevens in strijd zijn met de privacywetgeving, met name de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp), omdat hij onder dwang medewerking zou hebben verleend.
De rechter oordeelt dat de sporter zich vrijwillig heeft verbonden aan de reglementen van de bond, waaronder het dopingreglement, en dat dopingcontroles noodzakelijk zijn om het gebruik van verboden middelen te controleren. Er is geen aannemelijk bewijs dat de toestemming onvrijwillig is gegeven. De tuchtcommissie heeft bovendien zorgvuldig gehandeld door de sporter de mogelijkheid te bieden een verklaring te geven en de privacygevoelige informatie niet volledig te verwerken in haar beslissing.
Daarom is geen sprake van een fundamentele rechtsbeginsel-schending of privacyinbreuk die een opschorting rechtvaardigt. De voorzieningenrechter wijst de vordering af en veroordeelt de sporter in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opschorting van de tuchtbeslissing wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van privacyinbreuk.