ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ4172
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling van kinderbijdrage door juridische vader ondanks afwezigheid biologisch vaderschap
De vrouw verzocht de rechtbank om de man, haar voormalige echtgenoot en juridische vader van twee minderjarige kinderen, te verplichten tot betaling van een kinderbijdrage. De biologische vader van de kinderen is echter de broer van de man, die geen bijdrage levert vanwege gebrek aan draagkracht.
De man voerde verweer dat hij niet verplicht kan worden een bijdrage te betalen voor zijn juridische, maar niet biologische kinderen, mede omdat hij geen toestemming heeft gegeven voor de conceptie en het huwelijk is ontbonden. De rechtbank oordeelde dat de man op grond van artikel 1:199 BW Pro de juridische vader is en op grond van artikel 1:392 BW Pro verplicht is tot levensonderhoud.
De rechtbank stelde de behoefte van de kinderen vast op €163 per maand per kind, gebaseerd op het inkomen van de moeder en de biologische vader. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €40 per maand per kind, rekening houdend met zijn inkomen, lasten en fiscale aspecten. De rechtbank wees het verzoek tot een hoger bedrag af en bepaalde dat de man deze bijdrage vanaf 18 februari 2009 moet betalen.
De rechtbank verwierp het verweer dat betaling in strijd is met normen van moraal en fatsoen en benadrukte dat de man bekend had moeten zijn met de juridische gevolgen van het huwelijk. Tevens werd een toezegging van de vrouw meegenomen dat zij de man niet langer zal aanspreken zodra de biologische vader kan bijdragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De man is verplicht tot betaling van een kinderbijdrage van €40 per maand per kind vanaf 18 februari 2009.