ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ5456
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling akkoord in schuldsaneringsregeling wegens ontbreken gekwalificeerde meerderheid preferente schuldeisers
In deze zaak ging het om het verzoek van de bewindvoerder en schuldenares om een akkoord vast te stellen binnen de schuldsaneringsregeling. Het akkoord hield in dat schuldenares aan de bevoorrechte en gewone schuldeisers respectievelijk 1,1% en 0,55% van hun vordering zou betalen.
Tijdens de vergadering van schuldeisers waren vijftien schuldeisers aanwezig, waaronder twee preferente en dertien concurrente schuldeisers. Van de preferente schuldeisers stemde er één voor en één tegen het akkoord, terwijl bij de concurrente schuldeisers elf voor en twee tegen stemden.
De rechter-commissaris oordeelde dat op grond van artikel 332 lid 4 Faillissementswet Pro een gekwalificeerde meerderheid vereist is van zowel preferente als concurrente schuldeisers. Omdat deze meerderheid bij de preferente schuldeisers ontbrak, kon het akkoord niet worden vastgesteld. Het betoog van de bewindvoerder dat bij een gelijke stemming de uitkomst naar boven moet worden afgerond, werd niet gevolgd. Ook werd niet beoordeeld of de tegenstem onredelijk was, omdat het eerste vereiste al niet was vervuld.
De rechter-commissaris wees daarom het verzoek tot vaststelling van het akkoord af.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het akkoord wordt afgewezen wegens het ontbreken van een gekwalificeerde meerderheid van preferente schuldeisers.