ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ6815
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding na ontslag statutair directeur wegens kastekort
De zaak betreft het ontslag van [eiser], statutair directeur van een besloten vennootschap (B.V.), na constatering van een kastekort van € 21.776,20. Na zijn non-actiefstelling en ontslag op staande voet door de algemene vergadering van aandeelhouders, vorderde [eiser] schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en onterecht ontslag. De B.V. vorderde op haar beurt betaling van het kastekort en een gefixeerde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de procedure ex artikel 7:677 BW Pro, waarin [eiser] geen verweer had gevoerd, de juiste weg was om het ontslag aan te vechten. Omdat [eiser] daarvan geen gebruik had gemaakt, kon de rechtmatigheid van het ontslag niet meer aan de orde komen in deze civiele procedure. Ook de gestelde onrechtmatige publieke uitlatingen waren onvoldoende concreet onderbouwd en konden niet als onrechtmatig worden aangemerkt.
De vorderingen van [eiser] tot betaling van loon, vakantiegeld, vakantiedagen en overuren werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering van de B.V. tot betaling van het kastekort werd toegelaten voor bewijslevering. De gefixeerde schadevergoeding van € 3.350,-- werd toegewezen wegens onvoldoende betwisting door [eiser]. De proceskosten werden aan [eiser] opgelegd.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig ontslag wordt afgewezen; gefixeerde schadevergoeding van € 3.350,-- toegewezen.