ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ8240
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na vervroegd pensioen en salarisdoorbetaling zonder arbeid
Verzoekster, een onderwijsorganisatie, verzocht de rechtbank om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verweerster, die sinds 1973 als groepsleerkracht in dienst was. Partijen waren overeengekomen dat verweerster per 1 juni 2013 met vervroegd pensioen zou gaan, haar werkzaamheden per 1 augustus 2006 zou beëindigen en dat haar salaris doorbetaald zou worden tot 1 juni 2013 zonder dat zij arbeid hoefde te verrichten.
De rechtbank stelde vast dat deze afspraken samenhingen met het feit dat de echtgenoot van verweerster, eveneens werkzaam bij verzoekster, vanaf 1 juli 2002 tot 1 augustus 2006 zonder salaris voor verzoekster werkte. De constructie was fiscaal en arbeidsrechtelijk betwist, waarbij de belastingdienst naheffingsaanslagen en boetes oplegde.
Verzoekster stelde dat verweerster werkweigerachtig was en dat er sprake was van een leeg dienstverband. Verweerster voerde aan dat de overeenkomst rechtsgeldig was en dat de arbeidsovereenkomst tot 1 augustus 2013 voortduurde. De rechtbank oordeelde echter dat partijen nooit de bedoeling hadden gehad om na 1 augustus 2006 de arbeidsovereenkomst voort te zetten, aangezien verweerster vanaf die datum geen werkzaamheden meer verrichtte.
Daarom kon de contractuele relatie vanaf 1 augustus 2006 niet als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt. Verzoekster werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontbinding en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat na 1 augustus 2006 geen arbeidsovereenkomst meer bestond.