ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0219
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- M.J.A. Plaisier
- A.C.M. Rutten
- M. Hoendervoogt
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring klaagschrift tegen anderbeslag ex artikel 94a Sv wegens schijnconstructies en uitwinningsbemoeilijking
De rechtbank Haarlem behandelde een klaagschrift van diverse vennootschappen tegen conservatoir anderbeslag gelegd op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering. Het openbaar ministerie verdenkt meerdere verdachten van ernstige strafbare feiten met wederrechtelijk verkregen voordeel, waarop beslag is gelegd op gelden en onroerende zaken die aan derden toebehoren.
De primaire klacht betrof de onrechtmatigheid van het anderbeslag, waarbij de klaagsters stelden dat het beslag onterecht was omdat geen sprake zou zijn van een schijnconstructie met als doel uitwinningsbemoeilijking. De rechtbank overwoog dat het beslag rechtmatig is indien aan cumulatieve voorwaarden van artikel 94a lid 3 Sv is voldaan: de voorwerpen moeten afkomstig zijn van het misdrijf, aan de derde zijn toegekomen met het doel uitwinning te bemoeilijken, en de derde moet wetenschap hebben gehad van de misdrijfherkomst.
Op basis van dossierstukken, getuigenverklaringen en de feitelijke leiding van verdachte 1 over de vennootschappen, concludeerde de rechtbank dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de gelden en onroerende zaken afkomstig zijn van misdrijven en dat deze met het oogmerk van uitwinningsbemoeilijking aan de klaagsters zijn toegekomen. De wetenschap van de misdrijfherkomst werd mede toegerekend via de feitelijk leidinggevende. De rechtbank verwierp ook de subsidiaire klachten over disproportionaliteit, onduidelijkheid van beslag en bestuurderschap, en verklaarde het klaagschrift ongegrond.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen het anderbeslag wordt ongegrond verklaard en het beslag wordt als rechtmatig bevestigd.