ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0372
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen
Verzoekster was als ambtenaar werkzaam bij de gemeente Zaanstad en werd op 13 mei 2009 ontslagen wegens verstoorde arbeidsverhoudingen met haar collega’s. Dit ontslag volgde na een incident waarbij verzoekster zonder toestemming een vertrouwelijke beoordeling van een collega inzag. Verzoekster maakte bezwaar tegen het ontslag en verzocht om een voorlopige voorziening om haar werk te mogen hervatten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de verhoudingen tussen verzoekster en de meerderheid van haar collega’s ernstig verstoord waren en dat geen uitzicht bestond op herstel van een vruchtbare samenwerking. Hoewel verzoekster stelde dat het ontslag een te zware maatregel was en dat de verstoorde verhoudingen deels aan de organisatie te wijten waren, vond de rechter dat het ontslag op grond van artikel 8:8 van Pro de arbeidsvoorwaardenregeling terecht was genomen.
De rechter oordeelde verder dat de financiële regeling die verweerder had getroffen onvoldoende was, omdat de nadelige gevolgen van het ontslag te eenzijdig bij verzoekster werden gelegd. Dit was echter geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster kwam per 15 september 2009 in aanmerking voor een werkloosheidsuitkering en aanvullende uitkeringen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen wordt afgewezen.