ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0618

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
7 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
420601 CV EXPL 09-3787
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:46c lid 1 sub f BWArt. 7:46a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering cursusgeld wegens niet nagekomen informatieplicht bij overeenkomst op afstand

Eiseres, een besloten vennootschap, vordert betaling van cursusgeld van gedaagde die zich via een minderjarige heeft ingeschreven voor een cursus makelaardij. Gedaagde heeft de cursus opgezegd, maar niet binnen de door eiseres gestelde termijn van zeven dagen. Eiseres stelt dat er een overeenkomst tot stand is gekomen en dat gedaagde gehouden is tot betaling van het cursusgeld.

Gedaagde betwist dat zij zich daadwerkelijk heeft ingeschreven en stelt slechts een informatiepakket te hebben aangevraagd. Tevens voert zij aan dat eiseres niet heeft voldaan aan de informatieplicht volgens artikel 7:46c lid 1 sub f BW, waardoor de wettelijke ontbindingstermijn van drie maanden geldt. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van de inschrijving en dat niet is komen vast te staan dat gedaagde voorafgaand aan de overeenkomst op de hoogte is gesteld van de ontbindingsmogelijkheid binnen zeven dagen.

Hierdoor geldt de langere wettelijke termijn van drie maanden en heeft gedaagde de overeenkomst tijdig ontbonden met haar brief van 17 september 2008. De vordering van eiseres wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot betaling van cursusgeld wordt afgewezen wegens niet-naleving van de informatieplicht en tijdige ontbinding door gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 420601 CV EXPL 09-3787
datum uitspraak: 7 oktober 2009
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
de besloten vennootschap [XXX] WERKMAATSCHAPPIJ B.V.
te Utrecht
eiseres
hierna te noemen: [eiseres]
gemachtigde: F.J.M. van der Meer
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
gedaagde
hierna te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. M.J. van der Staaij
De procedure
Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:
- de dagvaarding van 6 april 2009, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het door de kantonrechter tussen partijen gewezen en op 1 juli 2009 uitgesproken tussenvonnis,
- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 8 september 2009 gehouden comparitie van partijen,
- de door beide partijen ten behoeve van de comparitie van partijen overgelegde producties.
De feiten
a. E. [gedaagde] (het minderjarige zusje van [gedaagde]) heeft op 3 juli 2008, via de website van [eiseres], voor [gedaagde] een informatiepakket van de cursus Makelaardij OZ aangevraagd.
b. De brief van [eiseres] van 3 juli 2008 aan [gedaagde] luidt onder meer:
betreft: brochure-aanvraag
(…)Hierbij ontvangt u uw nieuwe brochure (…).
c. De e-mail van info@ipd-opleidingen.nl aan “info;info” van 3 juli 2008 luidt onder meer als volgt:
subject: aanmelding
Geachte Mevr. MA [gedaagde],
(…)U heeft zich aangemeld voor de volgende opleiding
Opleiding: 1-jarige dagopleiding Makelaar o.z.
(…)Door het invullen en verzenden van uw aanmelding heeft u verklaard dat u bekend bent en akkoord gaat met de studievoorwaarden van het IPD.
U mag de studieovereenkomst binnen 7 werkdagen na heden opzeggen zonder iets aan het IPD verschuldigd te zijn. Als u opzegt dient dat met een aangetekend verzonden brief(je) te geschieden.
d. [eiseres] heeft bij brief van (eveneens) 3 juli 2008 aan [gedaagde] geschreven:
Geachte mijnheer,
Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw inschrijfformulier voor de opleiding:
Cursus: 1-j-Makelaar o.z. (…)
e. [eiseres] heeft op 24 juli 2008 een nota terzake van cursusgeld van € 1.980,-- en een nota voor boekengeld van € 704,-- aan [gedaagde] gezonden.
f. [eiseres] heeft op 9 oktober 2008 een betalingsherinnering aan [gedaagde] gezonden.
g. Bij e-mail van 11 september 2008 schrijft [gedaagde] aan [eiseres] -onder andere-:
(…) Ongeveer een maand geleden heb ik me ingeschreven voor een cursus makelaardij/taxateur o.z.. Door prive omstandigheden is het voor mij volstrekt onmogelijk om nog deel te nemen aan de opleiding (…) Ik heb al telefonisch contact gehad met een collega van de IPD. Deze meneer vertelde mij dat ik maar een week bedenktijd had, maar hier wist ik niks van. (…).
De vordering
[eiseres] vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.297,93. De vordering bestaat voor € 2.684,00 uit de hoofdsom, € 450,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 163,93 aan vervallen rente. [eiseres] stelt hiertoe dat [gedaagde] op
3 juli 2008 niet alleen een informatiepakket heeft aangevraagd maar zich ook heeft ingeschreven voor de cursus. Dit blijkt ook uit de e-mail van [gedaagde] van 11 september 2008. [gedaagde] heeft de overeenkomst niet binnen de opzegtermijn van een week opgezegd, en daarom is zij het cursusgeld verschuldigd. Aan [gedaagde] moet duidelijk zijn geweest dat die opzegtermijn is ingegaan op 3 juli 2008. Dit staat op de website en ook in de e mail van 3 juli 2008.
[gedaagde] heeft, ondanks aanmaning, niet aan haar betalingsverplichting voldaan. [eiseres] heeft haar vordering uit handen gegeven. De daarmee gemoeide kosten komen dan ook voor rekening van [gedaagde].
Het verweer
[gedaagde] betwist dat zij een overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten. Zij heeft zich op 3 juli 2008 niet ingeschreven voor de cursus, maar alleen een informatiepakket aangevraagd. [eiseres] heeft ook geen via internet door [gedaagde] verzonden inschrijving in het geding gebracht. De e-mail van 3 juli 2008 heeft zij niet ontvangen; deze is ook niet aan haar gericht maar aan “info; info”.
Voor zover er tussen partijen wel een overeenkomst is tot stand gekomen, is dit een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 7:46a e.v. BW. [eiseres] heeft verzuimd tijdig, voordat de overeenkomst werd gesloten, aan [gedaagde] duidelijk te maken dat zij de mogelijkheid had om de overeenkomst te ontbinden. Nu [eiseres] dit heeft nagelaten bedraagt de wettelijke termijn van ontbinding drie maanden. Met haar brief van 17 september 2008 heeft [gedaagde] de overeenkomst dan ook tijdig ontbonden.
De beoordeling van het geschil
In de eerste plaats moet worden beoordeeld of tussen partijen een overeenkomst is tot stand gekomen op 3 juli 2008, zoals [eiseres] stelt en door [gedaagde] gemotiveerd is betwist.
Tegenover het verweer van [gedaagde] dat zij zich op 3 juli 2008 niet heeft ingeschreven voor de cursus Makelaardij OZ, heeft [eiseres] geen kopie van de inschrijving van [gedaagde] (via internet) overgelegd, maar de bevestigingsmail van diezelfde datum. Hiermee heeft [eiseres] de grondslag van haar vordering evenwel onvoldoende onderbouwd. Uit de e-mail van [eiseres] van 3 juli 2008 kan niet worden afgeleid dat deze aan [gedaagde] is gestuurd; de adressant is immers: “info; info;”. Bovendien geeft de bevestiging van de zijde van [eiseres] nog geen zekerheid over de vraag of [gedaagde] zich daaraan voorafgaand bij [eiseres] heeft ingeschreven voor de genoemde cursus.
Overigens, ook als er tussen partijen wel een overeenkomst op 3 juli 2008 zou zijn gesloten, dan geldt dat aan de hand van de email van 3 juli 2008 niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] al vóór deze datum op de hoogte was gesteld van de ontbindingsmogelijkheid. [eiseres] heeft evenmin haar stelling onderbouwd dat (destijds, in juli 2008) die mogelijkheid om de overeenkomst binnen 7 dagen te ontbinden op de website gepubliceerd stond en dat [gedaagde] dus tevoren van die optie op de hoogte was. Gevolg hiervan is dat dan de wettelijke opzegtermijn van drie maanden geldt, zodat [gedaagde] de vermeende overeenkomst met haar brief van 17 september 2008 tijdig heeft ontbonden.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering bij gebreke van een deugdelijke grondslag moet worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.
BESLISSING
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van [gedaagde] begroot op € 350,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.833 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.