ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0735
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering betaling resterende abonnementskosten na tussentijdse beëindiging mobiele telefoonovereenkomst
Intrum Justitia vordert betaling van de resterende abonnementskosten van een mobiele telefoonovereenkomst die tussen Vodafone en de gedaagde voor 24 maanden was gesloten. Na het niet betalen van enkele facturen is de overeenkomst beëindigd en eist Intrum Justitia betaling over de resterende contractduur.
De gedaagde betwist de vordering en stelt dat zij geen gebruik heeft gemaakt van het abonnement en dat zij ten onrechte direct door Intrum Justitia is gedagvaard na het niet nakomen van een betalingsregeling. De kantonrechter toetst ambtshalve het beding in de algemene voorwaarden aan de bepalingen van art. 6:231 BW Pro en oordeelt dat het beding niet onredelijk bezwarend is.
Intrum Justitia heeft haar vordering nader toegelicht en onderbouwd, terwijl de gedaagde niet heeft gereageerd op de repliek. Hierdoor wordt het verweer als onvoldoende gemotiveerd beoordeeld. De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 894,94 plus wettelijke rente en de proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van resterende abonnementskosten en proceskosten.